Opzet van In balans 2006
De methode bestaat uit acht modules verdeeld over een A-serie en een B-serie.
De A-modules behandelen de onderwerpen tellen en getallen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en verhoudingen. Breuken en procenten komen zowel in de A- als in de B-boeken aan de orde. Ook wordt aandacht geschonken aan handig rekenen, schatten, het ontwikkelen van goede notatiesystemen gecombineerd met hoofdrekenen en het gebruik van de rekenmachine. In de B-modules staan meten en meetkunde centraal. Dit wordt onderverdeeld in geldrekenen, tijd, kalender, meten met behulp van het metrieke stelsel, oriëntatie in de ruimte en ruimtelijk construeren. Geldrekenen wordt ook gekoppeld aan rekenen met procenten en breuken.
De A- en B-modules zijn naast elkaar te gebruiken.
| Elementair rekenen |
Funderend rekenen |
| A1 |
A2 |
A3 |
A4 |
| B1 |
B2 |
B3 |
B4 |
handleiding
toetsen (In balans 2002) |
handleiding
toetsen (In balans 2002) |
De methode is concentrisch opgebouwd. Dat wil zeggen dat elke module een beginsituatie creëert. Een deelnemer kan daardoor op elk niveau instappen. De modules hebben alle dezelfde opbouw. De inhoud ligt echter telkens op een hoger niveau, de toepassingsmogelijkheden worden ruimer, de contexten worden complexer en meer abstract.
In schema ziet de verdeling van de inhoud er als volgt uit:
A-modules:
|
B-modules: |
Tellen en getallen
Optellen en aftrekken
Vermenigvuldigen, verdelen en verhoudingen,
Handig rekenen
Varia
|
Geldrekenen
Klok en kalender
Meten, verhoudingen, breukentaal, breuken en
decimale getallen
Meetkunde
Procenten
Tabellen en grafieken
|
Overzicht van de inhoud van In balans 2006 (pdf, 61k)
Voorbeeldpagina's In balans 2006 (pdf, 800k)
|